Niet óp de wereld, maar ín de wereld
Wat een wandeling op barefoot schoenen mij liet ervaren over voelen, aanpassen en onderdeel zijn van onze omgeving
Leestijd: ± 6 minuten
Wanneer heb jij voor het laatst de grond écht gevoeld?
Niet gekeken waar je liep.
Niet bedacht waar je je voet moest neerzetten.
Maar daadwerkelijk gevoeld waarop je stond?
Tijdens een wandeling door het Müllerthal in Luxemburg — het gebied dat ook wel Klein Zwitserland wordt genoemd — kreeg die vraag voor mij ineens een heel andere betekenis.
We liepen een deel van Route 2. Heen en terug ongeveer negentien kilometer.
Over rotsen, boomwortels, zandsteen, trappen, bospaden en voortdurend veranderende ondergrond.
Negentien kilometer met bijna niets tussen mij en de grond
Ik liep op mijn Vivobarefoot Sensus II.


Een dunne, flexibele barefoot schoen met nauwelijks iets tussen mijn voeten en de grond.
Let op: laat je goed adviseren voordat je de schoenen gaat gebruiken!
Ondanks het uitdagende terrein deden mijn voeten het perfect.
Geen blaren. Geen pijn. Geen vermoeide voeten.
Daarbij is het belangrijk om te vertellen dat ik al langere tijd barefoot loop. Mijn voeten en mijn lichaam hebben dus de tijd gehad om zich aan deze manier van bewegen aan te passen.
Maar juist tijdens deze wandeling begon mij iets anders op te vallen.
Het bijzondere zat niet in wat mijn schoenen voor mij deden.
Het zat in wat mijn lichaam kon doen doordat mijn schoenen zo weinig overnamen.
En misschien nog belangrijker:
Wat kon ik door mijn voeten eigenlijk allemaal van mijn omgeving ervaren?
Vanaf dat moment ging deze wandeling voor mij niet meer alleen over barefoot lopen.
Het werd een ervaring van voelen, aanpassen en verbinden.
Want bij iedere stap gebeurde er iets bijzonders:
De omgeving gaf informatie — en mijn lichaam gaf antwoord.
De omgeving begon mee te doen
Een rots voelt anders dan bosgrond.
Een boomwortel vraagt om een andere voetplaatsing dan een vlak pad.
Zandsteen voelt anders dan een houten trap.
En een schuine ondergrond vraagt iets anders van je lichaam dan een vlakke vloer.
Met zo weinig tussen mijn voeten en de grond kon ik die verschillen voortdurend voelen.
Niet als iets vervelends.
Maar als informatie.
Mijn voet voelde de ondergrond en paste zich aan. Mijn enkel reageerde. Mijn knie en heup bewogen mee. Mijn romp organiseerde mijn balans. Mijn ogen keken vooruit naar waar ik mijn volgende stap kon plaatsen.
En ondertussen verwerkte mijn zenuwstelsel al die informatie zonder dat ik daar bewust over hoefde na te denken.
Ik hoefde niet bij iedere steen te bedenken:
Hoe moet ik mijn voet nu neerzetten?
Mijn lichaam vond zelf een antwoord.
De omgeving stelt een vraag.
Het lichaam geeft antwoord.
Voelen, aanpassen en opnieuw balans vinden
Dat samenspel vind ik fascinerend.
We kijken naar het lichaam vaak in afzonderlijke delen.
Een voet.
Een enkel.
Een knie.
Een heup.
Een rug.
Maar tijdens het bewegen bestaan die delen niet los van elkaar.
Wanneer de stand van mijn voet verandert, reageert mijn enkel. Mijn knie en heup bewegen mee en mijn romp organiseert zich om mijn balans te bewaren.
Tegelijkertijd leveren mijn ogen en evenwichtsorgaan informatie over mijn positie in de ruimte.
Het lichaam probeert al die informatie voortdurend samen te brengen.
Een belangrijk onderdeel daarvan noemen we proprioceptie: het vermogen van het lichaam om waar te nemen waar lichaamsdelen zich bevinden en hoe ze bewegen, zonder dat we daar voortdurend naar hoeven te kijken.
Maar voor mij gaat het nog een stap verder.
De omgeving verandert voortdurend.
En mijn lichaam moet daarop kunnen reageren.
Waarnemen. Aanpassen. Balans vinden. En weer verder.
Dat is wat ik bedoel met reguleren.
Niet proberen om alles voortdurend hetzelfde te houden.
Maar het vermogen hebben om mee te bewegen met verandering en daarna opnieuw een passende balans te vinden.

De ondergrond was geen obstakel
Tijdens de wandeling begon ik daardoor anders naar de ondergrond te kijken.
Een steen was niet alleen iets waar ik niet over moest struikelen.
Een wortel was niet alleen een obstakel.
Een helling was niet iets wat mijn lichaam moest overwinnen.
Ze gaven allemaal informatie.
En die informatie nodigde mijn lichaam uit om iets te doen.
Dat bracht mij bij een interessante vraag:
Hoeveel van onze omgeving laten we ons lichaam eigenlijk nog ervaren?
We maken onze wereld steeds comfortabeler.
En daar is op zichzelf niets mis mee.
We lopen over vlakke vloeren.
We zitten op ondersteunende stoelen.
We gebruiken liften en roltrappen.
We regelen onze temperatuur.
En we dragen schoenen die schokken en oneffenheden voor ons opvangen.
Dat comfort heeft ons veel gebracht.
Maar misschien neemt het soms ook iets over...
wat ons lichaam zelf zou kunnen doen.
Pas met mijn Nike Air begreep ik het verschil
Het meest bijzondere inzicht ontstond eigenlijk pas een paar dagen later.
Ik trok mijn Nike Air weer aan.
Zacht.
Gedempt.
Comfortabel.
Er was niets mis met hoe de schoen liep.
Maar juist door dat comfort werd ik mij ineens heel bewust van iets anders:
de afstand tussen mijn voeten en de ondergrond.
De schoen deed precies waarvoor hij ontworpen is. Hij ving een deel van de invloed van de ondergrond voor mij op.
Maar daarmee filterde hij ook een deel van de informatie die ik tijdens mijn wandeling zo duidelijk had ervaren.
En het opvallende was:
ik merkte dat niet alleen fysiek.
Ik ervoer ook mentaal een verschil.
In de omgeving zijn of onderdeel zijn van de omgeving
Met mijn barefoot schoenen voelde ik mij tijdens het Müllerthal sterk verbonden met mijn omgeving.
Niet op een zweverige manier.
Het was juist heel tastbaar.
De rots onder mijn voet beïnvloedde mijn beweging.
De helling veranderde mijn houding.
Mijn tempo veranderde met het terrein.
Mijn aandacht ging naar mijn volgende stap.
Mijn lichaam moest voortdurend reageren op wat de omgeving mij aanbood.
Daardoor liep ik niet alleen door het landschap.
Het landschap werd onderdeel van mijn beweging.
En juist dat gaf mij ook mentaal een ander gevoel.
Ik bevond mij niet alleen in een omgeving.
Ik stond ermee in contact.
Er was voortdurend wisselwerking.
Ik stond niet alleen óp de wereld.
Ik ervoer dat ik onderdeel was ván die wereld.
Wat neemt comfort eigenlijk van ons over?
Daarmee werd barefoot lopen voor mij ineens onderdeel van een veel grotere vraag.
Niet:
Welke schoen is beter?
Maar:
Wat gebeurt er wanneer comfort steeds meer functies van ons lichaam overneemt?
Een lift neemt beweging over.
Een stoel neemt een deel van onze ondersteuning over.
Een vlakke ondergrond haalt variatie uit onze beweging.
En een sterk gedempte schoen neemt een deel van het contact met de ondergrond over.
Nogmaals:
Comfort is niet verkeerd.
Ook ik draag gewone schoenen.
Maar misschien mogen we ons af en toe afvragen hoeveel we willen laten overnemen...
en hoeveel we ons lichaam nog zelf willen laten ervaren, aanpassen en reguleren.
Want een lichaam leert niet alleen door beschermd te worden.
Het leert ook door informatie te ontvangen en daar een passend antwoord op te vinden.
Barefoot is voor mij geen obsessie
Daarom gaat barefoot lopen voor mij niet over een strijd tussen goede en slechte schoenen.
En ook niet over de gedachte dat iedereen vanaf morgen zijn schoenen moet uittrekken.
Barefoot is voor mij een mogelijkheid.
Een mogelijkheid om iets minder tussen jezelf en de omgeving te plaatsen.
Om je voeten meer informatie te laten ontvangen.
Om balans en proprioceptie uit te dagen.
Om spieren, pezen en gewrichten de gelegenheid te geven zich aan verschillende ondergronden aan te passen.
En om het zenuwstelsel steeds opnieuw informatie te geven waarmee het beweging kan organiseren.
Niet omdat ongemak per definitie goed is.
Maar omdat ons lichaam gemaakt is om met variatie om te gaan.
Daar hoort ook een belangrijke nuance bij.
Ik liep deze negentien kilometer niet vanuit het niets op barefoot schoenen.
Ik loop al langere tijd barefoot en mijn lichaam heeft zich hier geleidelijk aan kunnen aanpassen.
Wanneer je jarenlang op sterk ondersteunende of gedempte schoenen hebt gelopen, is het niet verstandig om ineens negentien kilometer over rotsachtig terrein te gaan lopen op een paar millimeter zool.
Aanpassen vraagt ook tijd.
Misschien zoeken we verbinding te ver weg
We spreken tegenwoordig veel over verbinding.
Verbinding met onszelf.
Verbinding met ons lichaam.
Verbinding met de natuur.
Meer aanwezig zijn.
Minder in ons hoofd zitten.
Maar misschien proberen we soms met ons hoofd iets te vinden wat ons lichaam allang kan ervaren.
Een steen hoeft niets uit te leggen.
Een boomwortel geeft geen instructie.
De grond vertelt je niet hoe je moet bewegen.
Je voelt.
Je lichaam neemt waar.
Het past zich aan.
En het vindt opnieuw balans.
Misschien begint verbinding soms gewoon daar.
Niet door méér te doen.
Maar door iets minder tussen onszelf en onze omgeving te plaatsen.
Wij staan niet los van onze omgeving
We ademen de lucht om ons heen.
We voelen temperatuur op onze huid.
Onze ogen reageren op licht.
Onze oren ontvangen geluid en helpen ons oriënteren in de ruimte.
En onze voeten ontmoeten de grond waarop we bewegen.
Ons lichaam bestaat niet los van die omgeving.
Het staat er voortdurend mee in wisselwerking.
Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste inzicht dat ik meenam uit mijn wandeling door het Müllerthal.
Niet dat ik negentien kilometer zonder pijn op barefoot schoenen kon lopen.
Maar hoe vanzelfsprekend mijn lichaam zich aanpaste wanneer ik het de mogelijkheid gaf om de omgeving werkelijk te voelen.
Niet óp de wereld, maar ín de wereld
Misschien hoeven we verbinding met onze omgeving niet alleen te zoeken.
Misschien mogen we ons lichaam soms simpelweg weer de mogelijkheid geven haar te ervaren.
Niet alleen óp de wereld staan.
Maar ervaren dat je onderdeel bént van die wereld.
Niet alleen in een omgeving zijn.
Maar bewegen mét die omgeving.
En daarvoor hoef je morgen geen barefoot schoenen te kopen.
Trek thuis eens je schoenen uit.
Loop langzaam door het gras.
Voel zand onder je voeten.
Sta eens op een ongelijke ondergrond.
En probeer niet direct te beoordelen of het goed, slecht, prettig of onprettig is.
Neem alleen waar.
Wat voel je onder je voeten?
Wat doet je enkel?
Wat gebeurt er met je balans?
Verandert je houding?
Verandert je tempo?
En misschien nog wel belangrijker:
Wat gebeurt er met je aandacht?
Misschien ontdek je niets bijzonders.
Maar misschien ontdek je hoeveel informatie er al die tijd al onder je voeten aanwezig was.
Balance in Action
Bewustwording begint niet altijd met meer weten.
Soms begint het simpelweg met...
weer voelen.
